Het Sint-Michaëlsfeest

Tekst: Martine De Bie

“Wij willen dragen sterrenlicht in ons bloed,
Michaël wij vragen, geef ons kracht en moed”
(Michaëlslied)

Kracht, moed, medeleven en helder denken, dat hebben we nodig om de draak te temmen,  de draak die ieder jaar weer de kop opsteekt wanneer de herfst doorbreekt. De zomer is voorbij (en dit jaar was die niet echt om over naar huis te schrijven…), de dagen worden korter en kouder. De ochtenden en avonden worden getooid met wolken en mist. Hou de draak dan maar eens uit je lijf en uit je hoofd!                        Deze Herfstwende vieren we daarom ook dit jaar gepast met moed- en krachtspelen en met het ritueel verbranden van de draak. Voor het eerst sinds lange tijd mocht dat ook weer met zijn allen rond het vuur! De opdracht van de dag: de weerloze prinses beschermen. Zij staat symbool voor ons kwetsbare wezen.

Ridders en prinsessen

We hadden dit jaar maar liefst vier prinsessen op het Michaëlsfeest. Het waren prachtige prinsessen met een mooie, kleurige kroon. Onze vier groepjes koene ridders namen dapper de taak op zich om de prinsessen te beschermen tegen onheil en kwaad. Daarvoor werden ze in de gesloten aanhangwagen langs hobbelige wegen naar een ‘grot’ gebracht. Daar wachtten ietwat groezelig uitziende, maar goedbedoelende wezens, die hen wilden helpen deze opdracht goed te volbrengen. Ze schonken hen een zurig wondermiddel, dat de kracht en moed zou scherpen. En dan gingen ze op tocht, te pas en te onpas bedreigd door een drietal aanvallers, die van achter elk hoekje en kantje plots opdoken en wild graaiden naar de prinsessen! Maar onze koene ridders wisten hen te omsingelen en met een krachtig lied, Sint-Michaël aanroepend, bleven de ridders ongedeerd.

Een bos vol ballonnen

Onderweg vonden we zwaarden die zomaar in de bomen hingen. En of die van pas kwamen! Een bos vol magische rode en blauwe ballonnen moesten we doorkruisen. Alle ballonnen in de wind moesten doorprikt worden, want in vijf ervan zaten amuletten, waarmee de prinsessen nog meer weerstand konden bieden.
In de hut, ver weg op de uithoek van het terrein, moesten we een laatste krachtproef ondergaan. De grond lag er bezaaid met venijnig prikkende bolsters, met daartussenin glanzende knikkers. Deze parels gaven ons de toegang tot een krachtige versnapering, die ons zou helpen de draak definitief te overwinnen. Oei, eerst nog even blind proeven! Blinddoek aan en lepeltje in de mond. Ieuw! Mosterd, look… dat blijf je proeven. Gelukkig was er een druifje om de smaak te verzoeten. En nu: de draak in de ogen kijken! Knabbelend op zoete drakenkoekjes. Temmen moesten we hem, opdat hij niet langer onze tegenstander zou zijn, maar ons pure kracht zou bieden.

Draken temmen onder de regenboog Groot was de draak, als een enorme berg torende hij in het midden van de kring met banken. Angstaanjagend zag hij eruit, met zijn lange tanden en klauwen. Maar we onderwierpen hem aan een vuurproef en overdonderden hem met liederen, door ridders klein en groot gezongen uit volle borst. Wie kan daar nog tegenop? Knetterend vatte de draak vuur en spuwde machteloos wolken rook. Tegelijk eerden we zijn schoonheid en wilde kracht. De natuur hielp een handje mee: een pracht van een regenboog bezegelde ze het schouwspel.
Moe van het lange gevecht trakteerden de opperkoks ons op goed gevulde pita’s met vuursaus. Waarlijk, nu kunnen we de winter aan. Laat hem maar komen, we zullen er staan!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top