Innerlijke rust en vrijheid

“Freedom is not given to us
by anyone.
We have to cultivate
it ourselves.
It is a daily practice.”
Thich Nhat Hanh (1926 – 2022)

Hoe blijven we ons innerlijk vrij voelen in tijden waarin we heel wat grenzen, ongemak en beperkingen tegenkomen? En hoe behouden we onze innerlijke rust in tijden van maatschappelijke onrust? Steiner gaf in zijn voordrachten en boeken aanwijzingen en oefeningen mee voor het ontwikkelen van deze kwaliteiten. Ook vandaag kunnen ze ons een houvast en een basis tot ontwikkeling aanreiken. 

In zijn ‘Filosofie der Vrijheid’ deelde Rudolf Steiner (1861 – 1925) zijn visie op de mens die niet per definitie vrij is, maar zichzelf wel vrij kan maken en een vrij mens kan worden, als hij dat zelf wil. 

Ook in de antroposofisch geïnspireerde zorg is vrijheid een centraal begrip. De vraag die de sociaaltherapeut zich stelt in de omgang met iemand met een verstandelijke beperking, is: hoe ga ik zodanig om met deze medemens dat hij zijn leven in eigen handen neemt? Hoe spreek ik het volwassen deel in hem aan? Door de ander te stimuleren zo zelfstandig en vrij mogelijk te functioneren en hem zijn verantwoordelijkheid te laten opnemen in het grotere geheel, heeft het volwassen deel meer kans om zich te tonen en te ontwikkelen. Antroposofisch geïnspireerde zorg is in wezen dan ook zorg die bevrijdt, net zoals antroposofische geneeskunde een vorm van geneeskunde is die de intentie heeft te bevrijden. Of zoals antroposofisch huisarts Jan Claes (1953 – 2021) het verwoordde in het door Michaëlis uitgegeven boek ‘Levende Verbindingen’: “Ziekte zien we in de antroposofie als een beperking van onze vrijheid als mens. Genezen is de mens weer bij meer vrijheid brengen. Dat is dus ook ons streven in de antroposofische geneeskunde: de mens tot meer vrijheid brengen, in plaats van hem een gevangene te maken van behandelingen.” 

Groeien in vrijheid

Hoe kunnen we onszelf als ontwikkelen tot steeds vrijere mensen? Steiner gaf zes oefeningen mee die kunnen bijdragen aan het ontwikkelen en zuiver maken van ons denken, voelen en willen. Ze worden de ‘basisoefeningen’ of ‘nevenoefeningen’ genoemd, omdat ze zowel op zichzelf als naast de beoefening van meditatie kunnen worden toegepast. De zes oefeningen zijn waardevolle bondgenoten bij het versterken van onze ziel en bij het ontwikkelen van onze innerlijke vrijheid. Je kunt ervoor kiezen iedere oefening een maand lang dagelijks toe te passen, en er zo zes maanden bewust mee op pad te gaan. In grote lijnen zien deze oefeningen er als volgt uit: 

  1. Denkoefening
    Denk vier weken lang telkens gedurende één week geconcentreerd (minstens vijf minuten) over eenzelfde alledaags voorwerp na, zonder in gedachten af te dwalen. Wat is de functie en vorm van het voorwerp? Hoe en uit welk materiaal is het gemaakt? Waarom is dat zo? Zou het ook een andere vorm of materialen kunnen hebben? Deze oefening heeft als doel je denken soepeler te maken het te laten verdiepen. Ook je waarnemingsvermogen, focuskracht en objectiviteit nemen toe.
  2. Wilsoefening
    Doe vier weken op rij, iedere dag op een vast moment, een niet-nuttige handeling die je voor jezelf hebt bedacht. Je kunt bijvoorbeeld je mouwen opstropen en weer afrollen, je horloge uitdoen en weer aan. Bedenk zelf je eigen handeling en houd de oefening minstens een maand vol.
  3. Gevoelsoefening
    Deze oefening heeft als doel je te laten groeien in gelijkmoedigheid. Oefen jezelf erin bewust te worden van je gevoel, en het op je te laten inwerken, zonder je erdoor te laten leiden. Deze oefening helpt je om sterke emoties minder sterk te leren beleven, zodat je niet wordt meegenomen op de golven. Dat heeft ook als gevolg dat je de meer subtiele gevoelens uiteindelijk sterker en bewuster gaat beleven.
  4. Positiviteitsoefening
    De vierde oefening nodigt je uit om, naast het negatieve en lelijke, in alles ook het positieve en mooie waar te nemen.
  5. Onbevangenheidsoefening
    Deze oefening is een combinatie van het ontwikkelen van het voelen en het willen. Ze heeft als doel je open te laten staan voor nieuwe ervaringen. Probeer alles wat je meemaakt zo te beleven alsof het volledig nieuw voor je is. Hierin kunnen we van kinderen veel leren.
  6. Innerlijke harmonie
    Tot slot worden de voorgaande vijf oefeningen, waar je telkens ongeveer een maand mee aan de slag bent gegaan, naar behoeven en met regelmaat verder geoefend. Het doel is om de daarin voor jou juiste balans te vinden en zo blijvend steeds meer harmonie te scheppen tussen je denken, voelen en willen.

Innerlijke rust en berusting 

In deze onzekere tijden ervaren we misschien meer dan anders bezorgdheid of angst voor de toekomst. Deze vrees voor het onbekende kan de vrije ontwikkeling van onze zielenkrachten ernstig verstoren. Kunnen we bij een gevoel van berusting komen ten opzichte van datgene wat ‘uit de donkere schoot van de toekomst onze ziel binnenkomt’? Ook hierbij kan het ontwikkelen van meer innerlijke gelijkmoedigheid een sleutel zijn. In zijn lezingen rond innerlijke rust gaf Steiner mee dat we idealiter altijd in een zielenstemming verkeren die zegt: ‘wat er ook gebeurt, ik kan het vooreerst, omdat het onbekend voor me is, niet veranderen door welke angst of vrees dan ook. Ik wacht het af in volkomen innerlijke zielenrust, met de gemoedsrust van een gladde waterspiegel.’
Deze gelijkmoedigheid valt niet af te dwingen. Ze is het resultaat van het steeds weer verkeren in de stemming van het overgave-gebed.

Gebed van overgave

Wat ook komen mag
wat mij ook het volgende uur,
de volgende dag brengen mag:
Ik kan het, als het mij volledig onbekend is,
door geen angst veranderen.
Ik wacht het af,
met volledige innerlijke rust,
in volmaakte zielenrust.
Door angst en vrees wordt onze ontwikkeling tegengehouden;
wij stoten door vragen van angst terug,
wat uit de toekomst in onze ziel opgenomen wil worden.
De overgave aan wat men goddelijke wijsheid in de gebeurtenissen noemt,
de zekerheid, dat datgene wat komt, komen moet,
dat het op de een of andere wijze zijn goede werking zal hebben,
het oproepen van deze stemming,
in woorden, in gevoelens, in ideeën,
dat is de stemming van het overgavegebed.

– Rudolf Steiner

Dit gebed kan als een verlichtende en verwarmende kracht op ons inwerken. Het kan ons bij meer innerlijke rust brengen en zo ook tot een bevrijding van onszelf.
Innerlijke onrust komt tot stand wanneer het evenwicht tussen onze vier wezensdelen, het Ik, het astraallichaam, het etherlichaam en het fysiek lichaam, verstoord is. De oefeningen die Steiner aanreikte, zijn bedoeld om deze onevenwichtigheid op te heffen en zo weer rust te brengen in het woelige wateroppervlak van ons wezen. Ook meditatie en gebed dragen tot dit herstel van evenwicht bij, en zo tot het steeds verder ontwikkelen van onze innerlijke rust en vrijheid. 

Geraadpleegde bronnen

– ‘Innerlijke rust, twee voordrachten en een artikel’, Rudolf Steiner, Schoorl, Raphaëlstichting
– ‘De filosofie van de vrijheid’, Rudolf Steiner, Ef & Ef media
– ‘Levende Verbindingen’, Michaëlis vzw

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top