Naar een ‘nieuwe’ gebruikersraad?

Instituten, voorzieningen en andere centra werkzaam in de personenzorg kregen van het Departement Welzijn de opdracht om een goed overleg te organiseren tussen de directie en de cliënten. Voor voorzieningen zoals Iona werden hierrond verplichtingen ingevoerd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH).

Jaren geleden had Iona een oudervereniging waarin allerlei thema’s van de zorg aan onze kinderen aan bod kwamen. Ook werden daarin thema’s besproken zoals opendeurdagen, kerstmarkten en andere activiteiten, waaraan de ouders en het netwerk van de opgenomen mensen met beperkingen bijdroegen. Het doel was om mensen samen te brengen en wat extra centen in het Iona-laatje te laten vloeien.

Van oudervereniging naar gebruikersraad

In de jaren ‘90 gaf het VAPH de organisatie van het overleg tussen voorziening, ouders en cliënten een structurele vorm, via de invoering van een ‘gebruikersraad’. Daardoor namen de activiteiten van de oudervereniging stelselmatig af. De leden van de gebruikersraad werden verkozen onder de cliënten, de ‘gebruikers’ enerzijds, en hun ouders/voogden, de ‘gebruikers-vertegenwoordigers’ anderzijds. Het moet gezegd dat het steeds zoeken was naar ouders die tijd konden vrijmaken om deel uit te maken van de gebruikersraad.

Van gebruikersraad naar Collectief Overlegorgaan

Sinds enkele jaren wordt de naam ‘gebruikersraad’ vrijwel niet meer aangewend maar spreekt men nu van het ‘Collectief Overlegorgaan’, een naam die duidelijk aangeeft wat het opzet is.
Collectief betekent dat het gaat over het algemeen belang van de verleende zorg en niet over directe (privé) bekommernissen i.v.m. een cliënt. En ook dit Collectief Overlegorgaan krijgt momenteel een nieuw jasje aangemeten. 

Wat zijn onze intenties om aan het ‘Collectief Overlegorgaan’ een meer eigentijdse invulling te geven?

We streven ernaar meer personen bij het overleg te betrekken: zowel belanghebbende vertegenwoordigers van de cliënten, alsook personen die direct zorg verlenen aan de cliënten, zoals medewerkers van leefgroepen en werkgebieden.

Ook trachten we de communicatie met de belanghebbende personen te verbeteren, door hen regelmatig te informeren over wat er leeft op het terrein en te polsen naar hun opmerkingen, vragen en wensen.

Een laatste – ook belangrijk – doel is elkaar te ontmoeten! Er is nood aan meer verbinding. Er is behoefte aan om mensen van het terrein en van het netwerk van de cliënten samen te brengen.

Door deze vernieuwde vorm van samenwerken hopen wij de leef- en werkomgeving voor onze jonge en volwassen kinderen nog beter te maken, het uiteindelijk doel van onze inzet.

Wij duimen voor een goed overleg en een goede verstandhouding.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top